U
kunt niet altijd bezwaar maken. Soms moet u administratief beroep
instellen bij een ander bestuursorgaan. Bijvoorbeeld bij de minister
tegen een beslissing van de burgemeester om een jachtvergunning in te
trekken. Dit staat dan onder de beslissing vermeld. Verder is het niet
mogelijk om bezwaar te maken tegen een besluit waarbij algemene regels
zijn vastgesteld. Een besluit met algemene regels is bijvoorbeeld een
verbod van de gemeente om op zondag te collecteren.
1.1
Termijn voor het indienen van een bezwaar
U
moet er voor zorgen dat uw bezwaarschrift binnen 6 weken bij het
bestuursorgaan is. Als uw bezwaar- schrift te laat binnen komt, wordt
het niet meer in behandeling genomen. In enkele gevallen is de termijn
voor het indienen van een bezwaarschrift korter dan 6 weken. Het
bestuursorgaan hoort bij de beslissing te vermelden hoeveel tijd u
heeft. Ontbreekt die informatie, dan is het verstandig dit snel na te
vragen bij het bestuursorgaan. Hebt u bezwaar, omdat het bestuursorgaan
de gevraagde beslissing niet op tijd neemt, dan geldt geen
bezwaartermijn. U mag uw bezwaarschrift in dat geval echter niet
onredelijk laat indienen. U mag bijvoorbeeld niet een jaar wachten voor
u bezwaar maakt, dit is onredelijk.
Het
is mogelijk dat het u niet lukt op tijd (dus binnen 6 weken) aan alle
vereisten te voldoen. U hebt bijvoorbeeld nog niet alle stukken of een
vertaling is niet op tijd klaar. U moet dan toch maar een onvolledig
bezwaarschrift indienen. Want is uw bezwaarschrift niet binnen 6 weken
bij het bestuursorgaan, dan is uw mogelijkheid om bezwaar te maken
voorbij. In het onvolledige bezwaarschrift moeten in ieder geval uw naam
en adres, de datum en de beslissing waartegen u bezwaar maakt staan. Als
niet alle gegevens (bijvoorbeeld de redenen waarom u bezwaar maakt) in
uw bezwaarschrift staan, krijgt u de tijd om dit aan te vullen. Doet u
dit niet op tijd dan kan het bestuursorgaan het bezwaarschrift
niet-ontvankelijk verklaren. Dit betekent dat uw bezwaarschrift niet in
behandeling wordt genomen.
1.2
Horen
Heeft
u bezwaar aangetekend tegen een besluit, dan zal de gemeente u en andere
betrokkenen vragen uw bezwaar (mondeling of schriftelijk) toe te
lichten. Dit wordt 'horen' genoemd. U en de personen die bij de
voorbereiding van de beslissing hun mening hebben gegeven, worden
hierover ingelicht.
1.2.1
Procedure horen
U kunt tot 10 dagen voor het horen gegevens of bewijsstukken bij het
bestuursorgaan afgeven of toesturen. De stukken die betrekking hebben op
de zaak en het bezwaarschrift kunt u in eik geval een week lang inzien.
Meestal liggen de stukken ter inzage bij het bestuursorgaan. Alle
betrokkenen kunnen kopieën krijgen (de kosten hiervan zult u meestal
moeten betalen). U kunt u op die manier op het horen voorbereiden. U
wordt gehoord in het bijzijn van de andere betrokkenen. U kunt ook
vragen om afzonderlijk te worden gehoord, mits u daarvoor een goede
reden heeft. Het bestuursorgaan beslist hierover. De andere betrokkenen
worden dan naderhand wel ingelicht over wat is besproken. Van het horen
wordt ook een verslag gemaakt.
Als er na het horen nog nieuwe gegevens binnenkomen bij het bestuursorgaan,
dan krijgt u daarvan bericht. U kunt over deze nieuwe gegevens ook weer
uw mening geven.
1.2.2
Wanneer weet ik of ik gehoord word
Als het bestuursorgaan u wil 'horen' dan
krijgt u hiervan schriftelijk bericht.
1.2.3
In welke gevallen word ik gehoord
Het
bestuursorgaan hoeft u niet altijd te horen. Het is niet verplicht u te
horen als:
·
Het bezwaar heel duidelijk
niet-ontvankelijk is.
·
Het bezwaar 'kennelijk ongegrond' is.
·
U en eventuele betrokkenen hebben
aangegeven dat ze niet gehoord willen worden.
·
Aan het bezwaar helemaal tegemoet
gekomen wordt, zonder dat anderen daarvan nadeel ondervinden.
1.3
Procedure indienen bezwaar
U
moet schriftelijk bezwaar maken bij het bestuursorgaan dat de beslissing
heeft genomen of had moeten nemen. Zo'n schriftelijk stuk heet een
bezwaarschrift. Onderaan de beslissing staat in de meeste gevallen
vermeld waar u het bezwaar- schrift naartoe moet sturen. Let hierop!
Staat dit niet vermeld en weet u het daardoor niet precies dan mag u er
vanuit gaan dat uw bezwaarschrift op de juiste plek terechtkomt. Als uw
bezwaarschrift bij de verkeerde instantie belandt, wordt het
doorgestuurd naar de instantie die het bezwaar in behandeling moet
nemen. Wordt uw bezwaarschrift doorgestuurd dan krijgt u daarvan
bericht.
1.3.1
Wat vermelden in het bezwaarschrift
Wat moet u In
uw bezwaarschrift vermelden of meesturen:
·
Uw naam en adres.
·
De datum waarop u het bezwaarschrift
schrijft.
·
Een omschrijving van de beslissing
waartegen u bezwaar wilt maken, en zo mogelijk een kopie van de
beslissing.
·
De redenen waarom u bezwaar maakt.
·
U moet het bezwaarschrift ondertekenen.
·
Als het bezwaarschrift in een andere
taal is geschreven moet u, als daarom wordt gevraagd, voor een goede
Nederlandse vertaling zorgen.
·
Eventueel moet u nog andere gegevens
die volgens de wet verplicht zijn meesturen (bij het bestuursorgaan kunt
u informeren of u nog andere gegevens moet meesturen).
1.3.2
Bericht beslissing op bezwaar
U en
eventuele andere betrokkenen krijgen bericht van de beslissing die op uw
bezwaar is genomen. Het bestuursorgaan geeft bij de bekendmaking de
reden waarom een bepaalde beslissing is genomen. Als u het niet eens
bent met de beslissing, kunt u binnen 6 weken beroep instellen. In de
beslissing moet vermeld staan waar u in beroep kunt gaan.
2
Instellen beroep
Voor het instellen van
beroep moet u een beroepschrift indienen. Het beroepschrift is een brief
waarin u uitlegt waarom u het niet eens bent met de beslissing van een bestuursorgaan. In deze brief
moet u ook schrijven wat naar uw mening de beslissing van de rechter zou
moeten zijn. U moet uw beroepschrift (zo mogelijk in tweevoud) sturen
naar de griffier van de rechtbank, ter attentie van de sector
bestuursrecht. Onderaan de beslissing van het bestuursorgaan staat
vermeld bij welke rechtbank u moet zijn. Bij uw beroepschrift kunt u als
dat mogelijk is een kopie van de beslissing op het bezwaarschrift
meesturen. Wilt
u nog meer stukken meesturen, dan is het handig als u alles (voor zover
mogelijk) in tweevoud bij uw beroepschrift doet.
2.1
Procedure instellen beroep (uitgebreid)
Vooronderzoek
De rechter vraagt alle stukken op bij het bestuursorgaan dat de
beslissing op uw bezwaar heeft genomen. Als de stukken binnen zijn,
onderzoekt de rechter de zaak. Het is mogelijk dat hij u in deze fase
oproept. De rechter kan na het vooronderzoek een beslissing 'op basis
van de stukken' nemen. U krijgt hiervan bericht. De rechter kan
beslissen dat een beroep 'kennelijk niet ontvankelijk' of 'kennelijk
ongegrond' is. Tenslotte kan de rechter beslissen dat de rechtbank
'kennelijk onbevoegd' is. Bijvoorbeeld als uw zaak bij de civiele
rechter moet worden behandeld. Als de rechter op basis van de stukken
een beslissing neemt en u het niet eens bent met die beslissing, kunt u
in verzet gaan.
De rechter kan ook een beslissing op basis van de stukken nemen als alle
partijen daarvoor toestemming geven. In zo'n geval is het niet meer
mogelijk in verzet te gaan. Hoger beroep is dan ook uitgesloten.
Rechtszitting
Als de rechter de zaak niet op basis van de stukken afhandelt, dan
verwijst hij uw zaak 'naar de zitting'. Dit betekent dat er een
rechtszitting wordt gehouden. U krijgt hiervoor een oproep. U doet er
verstandig aan om naar de zitting te komen. In bepaalde gevallen bent u
dat verplicht. In uw oproep staat
waar en wanneer de zitting wordt gehouden en of u verplicht bent om te
komen. Ook staat in dit bericht vermeld op welke dagen u de
processtukken kunt inzien.
De rechter kan een beslissing nemen op basis van de stukken. Als de
rechter dit beslist zonder de toestemming van de partijen, kunt u in
verzet gaan. Als u hebt toegestemd in een beslissing op basis van de
stukken, krijgt u niet meer de mogelijkheid uw verhaal zelf nog eens toe
te lichten tijdens een zitting. U kunt dan niet meer in verzet gaan en
hoger beroep is ook uitgesloten. Denkt u dus van tevoren goed na of u
instemt met een beslissing op basis van de stukken, als de rechter u dat
vraagt.
Getuigen en deskundigen
Wilt u getuigen of deskundigen naar de zitting laten komen, dan moet
u dat minimaal 4 dagen voor de zitting doorgeven aan de griffie van de
rechtbank.
De
uitspraak
Na een behandeling op een zitting volgt een uitspraak. U ontvangt
hiervan een exemplaar.
2.1.1
Kennelijk niet ontvankelijk
Een
beroep is onder meer 'kennelijk niet-ontvankelijk' als het te laat is
ingediend of als het griffierecht niet (op tijd) is betaald of het
bestuursorgaan denkt dat het besluit u niet of niet rechtstreeks raakt
of u niet de wettelijk verplichte gegevens hebt gegeven.
2.1.2
Kennelijk ongegrond
Een
beroep is onder meer 'kennelijk ongegrond' als iemand klaagt over een
beslissing die volgens de wet niet anders had kunnen zijn.
2.1.3
Indienen verzetschrift bij beslissing op beroep
Als
uw zaak, zonder dat u daarin hebt toegestemd, schriftelijk is behandeld
(dus op basis van de stukken) en u bent het niet eens met de beslissing
van de rechter, kunt u in verzet gaan. U moet dan een verzetschrift
indienen bij de rechtbank die de beslissing heeft genomen. U hebt
hiervoor 6 weken de tijd. In uw verzetschrift moet staan vermeld: uw
naam, uw adres, de redenen waarom u in verzet gaat en wat volgens u de
beslissing had moeten zijn. U moet het verzetschrift ondertekenen.
2.2
Kosten instellen beroep
Voor
het instellen van een beroep moet u griffierechten betalen. Voor
natuurlijke personen (individuen) is dat fl 200,=. Een rechtspersoon
(bijvoorbeeld een bedrijf) betaalt fl 400,=. Vraagt u tegelijk met het
instellen van uw beroep of tijdens de beroepsprocedure om een voorlopige
voorziening, dan moet u twee maal griffierecht betalen. Als natuurlijk
persoon betaalt u dan fl 400,= en als rechtspersoon fl 800,=. De
griffier van de rechtbank stuurt u een nota en/of een acceptgiro. Het
bedrag moet binnen 4 weken op de bank- of girorekening van de griffie
staan. Wacht dus niet te lang met betalen, anders wordt uw beroepschrift
niet in behandeling genomen. Als de rechtbank u in het gelijk stelt
krijgt u het griffierecht terug van het bestuursorgaan dat de beslissing
heeft genomen.
2.3
Termijn instellen beroep
U
moet uw beroepschrift binnen 6 weken na de dag van verzending van de
beslissing versturen. Op de beslissing zal vaak een verzenddatum te
vinden zijn. Is uw beroepschrift niet binnen 6 weken bij de rechtbank,
dan verspeelt u in principe uw recht om beroep in te stellen. Het is
verstandig om uw beroepschrift aangetekend te versturen. U kunt dan
aantonen dat u het beroepschrift op tijd hebt verzonden.
2.3.1
Verlengen termijn instellen beroep
De
termijn voor het instellen van beroep is 6 weken. Het kan zijn dat u
denkt meer tijd nodig te hebben, bijvoorbeeld omdat u eerst advies wilt
vragen. Om uw recht op beroep niet te verspelen, kunt u binnen 6 weken
een brief sturen naar de rechtbank, waarin u meedeelt dat u beroep wilt
instellen. U schrijft waarom u het niet eens bent met de beslissing op
het bezwaarschrift en waarom u meer tijd nodig hebt voor uw
beroepschrift. Bij de brief moet u, als dat mogelijk is, een kopie
meesturen van de beslissing op het bezwaarschrift.
2.4
Waar stel ik beroep in?
In
de meeste gevallen stelt u beroep in bij de rechtbank. In een aantal
gevallen moet u bij een andere instantie beroep instellen. Voor een
belastingzaak moet u naar de belastingkamer van het gerechtshof (voor
belastingzaken is de brochure verkrijgbaar 'Bezwaarschrift,
Beroepschrift of Verzoekschrift'). Gaat het om een beslissing over
studiefinanciering dan moet u bij het College van Beroep
Studiefinanciering zijn. Voor een aantal beslissingen op economisch
gebied moet u naar het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. Soms
moet u rechtstreeks (zonder dat u eerst naar de rechtbank gaat) naar de
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Voorbeelden hiervan
zijn ruimtelijke ordeningzaken en een groot aantal milieuzaken.
De
beslissing van de rechter geeft aan bij welke hogere rechter u in beroep
kunt gaan.
2.5
Voorlopige voorziening bij beroep
Tijdens
de beroepsprocedure geldt de genomen beslissing. Het kan zijn dat deze
beslissing intussen onherstelbare gevolgen voor u heeft. U kunt dan
tegelijk met uw beroepschrift of tijdens de beroeps- procedure een
voorlopige voorziening vragen aan de rechter. Dit betekent dat een
speciale regeling kan worden getroffen voor de periode dat uw
beroepschrift nog in behandeling is. Een voorlopige voorziening moet u
vragen aan de rechtbank waar u in beroep gaat of bent gegaan.
2.5.1
Kosten voorlopige voorziening bij beroep
Vraagt
u tegelijk met het instellen van uw beroep of tijdens de
beroepsprocedure om een voorlopige voorziening, dan moet u twee maal
griffierecht betalen. Als natuurlijk persoon (individuen) betaalt u dan
totaal fl 400,= en als rechtspersoon (bijvoorbeeld een bedrijf) totaal
fl 800,=. De griffier van de rechtbank stuurt u een nota en/of een
acceptgiro. Het bedrag moet binnen 4 weken op de bank- of girorekening
van de griffie staan. Wacht dus niet te lang met betalen, anders wordt
uw beroepschrift niet in behandeling genomen.
Als de rechtbank u in het gelijk stelt krijgt u het griffierecht terug
van het bestuursorgaan dat de beslissing heeft genomen.
3
Rechtshulp
3.1
Bureaus voor rechtshulp
Behalve
in de arrondissementshoofdplaatsen, zijn ook bureaus voor rechtshulp
zijn gevestigd in:
Alphen a/d Rijn, Almere-stad, Amersfoort, Apeldoorn, Appingedam, Bergen
op Zoom, Delft, Deventer, Doetinchem, Eindhoven, Emmen, Enschede,
Gorinchem, Gouda, Heerlen, Helmond, Hoogeveen, Hoorn, Leiden, Lelystad,
Nijmegen, Oss, Roosendaal, Schiedam, Spijkenisse, Tilburg, Venlo, Weert,
Winschoten en Zaandam.
Het Bureau voor Rechtshulp in Enschede is gevestigd aan de
Bisschopstraat 12, 7513 AK Enschede. Het telefoonnummer is 4303505.
3.2
Rechtshulp bij hoorzitting
U
kunt getuigen of een deskundige (bijvoorbeeld uw huisarts) inschakelen
bij het horen. De kosten voor de getuigen en deskundigen die u
meebrengt, moet u zelf betalen.
U kunt zich tijdens de hoorzitting laten bijstaan. Dit betekent dat u
een familielid, kennis of advocaat mag meenemen die u kan steunen. U
kunt zich ook laten vertegenwoordigen. Dan doet iemand anders voor u het
woord. U hoeft dan zelf niet bij het horen aanwezig te zijn. Als u een
kennis of familielid inschakelt om u te vertegenwoordigen dan moet u die
persoon een schriftelijke volmacht meegeven. Voor een advocaat is dit
niet nodig.
3.3
Inschakelen rechtshulp
In de
beroepsprocedure bent u niet verplicht een advocaat in te schakelen. Het
mag natuurlijk wel. Ook kunt u iemand machtigen om namens u beroep in te
stellen. Is uw vertegenwoordiger geen advocaat, dan moet u de persoon
schriftelijk machtigen. Deze machtiging moet u meesturen met uw
beroepschrift naar de griffier van de rechtbank.