Free Web Hosting Provider - Web Hosting - E-commerce - High Speed Internet - Free Web Page
Search the Web

Uit: Wijkkrant De Laares nr. 10-2000 (2)

Zoek in naar:
Get a Free Search Engine for Your Web Site

  Home Up

 
Dit is een sterk verkorte versie van een artikel van 7 pagina's uit 'Zeeburg Nieuws' 1999. Het hele artikel is op internet (www.zeeburgnieuws.nl) terug te vinden (de redactie)

Zeven mythen over de wijkaanpak, door Jan Willem Duyvendak

Inleiding

De wijkgedachte is in Nederland onder beleidsmakers in korte tijd weer razend populair geworden. De verwachtingen ten aanzien van deze gebiedsgerichte benadering zijn huizenhoog. Zo moet de wijkaanpak er onder meer voor zorgen dat buurten en wijken gemengd en gedifferentieerd worden.
Een hoogleraar samenlevingsopbouw die de wijkaanpak van de nodige kritische kanttekeningen voorziet is geen alledaags fenomeen.
Wie zich bekommert om achterstandsbestrijding in een multiculturele samenleving, die moet voortaan iedere keer dat een 'integrale wijkaanpak voor problemen' wordt gepropageerd even de wenkbrauwen fronsen. De wijkaanpak dreigt namelijk gemythologiseerd te worden. Er zijn minimaal zeven mythen te onderscheiden.

I. De mythe van 'de' wijkaanpak

Politiek Nederland lijkt werkelijk aandacht te krijgen voor de onderkant, de arme kant van de samenleving. Vanuit talrijke ministeries worden er programma's opgetuigd om aan die 'problematische wijken' iets te doen en om gemeentebesturen te helpen bij het aanpakken van de problemen.
Er blijken talloze vormen van wijkaanpak te bestaan.
Burgers van de stad kunnen als bewoners van hun wijk meepraten, bij voorbeeld over het aanpakken van problemen die de leefbaarheid bedreigen, over herstructurering van de wijk of over het versterken van de onderlinge verbondenheid.
Beleidsmakers die over een wijkaanpak reppen, hebben het over uiteenlopende 'wijken'. Bij sommigen gaat het over een paar straten, of over een plein, of zelfs een enkele portiek. 'De' wij kaanpak bestaat niet, laat staan dat er eensgezindheid zou bestaan over de rol van de wijk in die aanpak. Waarom wordt er voor een wijkaanpak gekozen? En niet voor een individuele of een groepsaanpak?
Dat brengt ons bij mythe nummer twee.

II. De mythe van de maakbare wijk

Ernstiger is dat beleidsmakers soms lijken te denken dat daar waar problemen in de wijk bij elkaar komen, dat daar ook de oplossingen te vinden zouden zijn.
Waar werkloosheid, armoede, eenzaamheid lage opleiding en hoge percentages uitkeringsgerechtigden zich concentreren, daar zouden de politiek, het opbouwwerk, de corporatie en vele andere instanties aanwezig moeten zijn en moeten ingrijpen.
Voor de duidelijkheid: dat moet ook, maar de vraag is met welke verwachtingen dat gebeurt en welke resultaten men denkt te kunnen boeken.
Een gebiedsgerichte aanpak kan zelfs een blikvernauwend effect hebben.
Want wat is de verhouding tussen plek en probleem? Waarom stapelen problemen zich in bepaalde wijken op? Waarom wonen mensen met veel problemen in bepaalde wijken bij elkaar? De wijkaanpak lijkt soms te suggereren dat de problemen veroorzaakt worden door de plek waar mensen wonen. De wijkaanpak lijkt dan te steunen op de foutieve redenering dat aangezien de wijk 'problematisch' is, de wijk ook de oorzaak van de problemen van haar bewoners zou zijn en dat daarom ook de oplossing in de wijk te vinden zou zijn. Was het maar waar.
Migranten zijn niet werkloos omdat ze in bepaalde buurten wonen, maar wonen in die buurten omdat ze werkloos zijn. Men is werkloos omdat men een lage opleiding heeft terwijl er niet voldoende laaggeschoold werk is, of omdat de arbeidsmarkt racistisch is, of omdat men slecht Nederlands spreekt, of omdat men geen netwerk heeft dat kan voorzien in een baantje, etcetera. Woont men in een andere buurt, in een zogenaamde betere buurt, dan blijft men gewoon werkloos want bovenstaande oorzaken worden daardoor niet weggenomen.

III. De mythe van de gedifferentieerde wijk

Het beleid is tegen homogene inkomenswijken, tegen buurten gedomineerd door één woningtype. Het uitgangspunt is dat achterstanden het beste kunnen worden bestreden in gemengde wijken.
Uit onderzoeksresultaten blijkt dat menging van groepen - helaas - niet leidt tot veel onderlinge banden.
Ook al omdat het wonen in een wijk weinig zegt over waar de kinderen naar school gaan (vaak buiten de wijk), waar de boodschappen worden gedaan (vaak niet in het buurtwinkelcentrum) en evenmin betekent dat de sport in de wijk ook met buurtbewoners wordt beoefend.
Maar in de gehele stad blijft de werkloosheid even hoog en de inkomens gemiddeld even laag.
Het helpt de betreffende mensen weinig tot niet.

IV. De mythe van de gevaarlijke groep

Het beleid gaat de wijk in. Dat brengt me bij de kern van wat ik wil betogen: de wijkaanpak gaat gepaard met zeer uitgesproken ideeën over de multiculturele samenleving.
Men is tegen welke concentratie van minderheden dan ook, want concentraties zijn per definitie een probleem. Misschien is dit wel een van de onderliggende redenen waarom de wijkaanpak zo populair is.
Groepsvorming kan op deze manier worden tegengegaan zonder het over groepen te hebben.
Gelukkig lijkt staatssecretaris Remkes enige afstand te nemen van het denken in termen van menging en
gemiddelden, zoals bepleit door zijn voorganger.
Remkes stelt zelfs onomwonden dat 'vrijwillige homogeniteit' geen probleem is. Daarmee slaat hij twee vliegen in een klap. Hij erkent de waarde van groepen én hij hoeft geen gemiddelde wijken meer na te streven. Hij kan kiezen voor maatwerk per wijk, afhankelijk van de precieze problemen in de wijk en uitgaande van de zittende bevolking.

V. De mythe van de authentieke wijkbewoner

Het is niet alleen vanwege de 'gevaarlijke groep' dat de wijkaanpak zo lijkt aan te slaan.
Sommige politici omarmen 'wijkbewoners' met zoveel nadruk als de nieuwste knuffeldieren, dat het te denken geeft.
Wijkbewoners zijn herontdekt door de politiek, waarschijnlijk mede uit schuldgevoel over de jarenlange verwaarlozing van hun sociale problematiek in de gure jaren tachtig en in reactie op de stijging van de stemmenpercentages van extreem-rechts in onder meer deze buurten. Deze herontdekking betreft echter soms nogal nadrukkelijk de authentieke (lees: autochtone) laaggeschoolde buurtbewoner.

VI. De mythe van de beterwetende politicus

De vele mooie woorden over 'coproductie van beleid' dreigden tot voor kort dode letters te blijven als het aankwam op de grote beslissingen bij de stedelijke vernieuwingsoperatie.
Verrassend veel gemeenten moesten worden herinnerd aan de les van de stadsvernieuwing dat de direct betrokkenen mee moeten kunnen praten. Ik wil geen karikatuur maken van de stedelijke vernieuwing, want veel initiatieven zijn nodig en worden ook zorgvuldig uitgevoerd. Maar het bestwil-denken, het zeker weten wat goed is voor anderen, was bij de aanvang van de herstructurering plotseling weer opmerkelijk sterk.
Maar in deze mythe komt de klad. Want al mogen bewoners dan niet altijd meebeslissen, de politiek probeert wel meer en meer oprecht te luisteren. Ze heeft minimaal de intentie om aan te sluiten bij de problemen zoals bewoners die ter plaatse beleven.
Deze erkenning van het belang van de directe leefomgeving, staat haaks op verhalen waarin moderne stedelingen worden afgeschilderd als wereldburgers die geen vaste verblijfplaats meer zouden hebben.
Daarover gaat tot slot de laatste mythe.

VIl. De mythe van de allesbepalende afstand

Ook al is de wereld van sommige wijkbewoners door internet, schotelantennes etcetera heel groot geworden, toch blijft de directe leefomgeving van groot belang.
Natuurlijk betekent dit nog niet dat buurtbewoners daarom weer warme gemeenschapsgevoelens gaan koesteren.
Enerzijds is enige anonimiteit plezierig voor zowel de welgestelden als diegenen die geen behoefte hebben aan pottenkijkers bij activiteiten die niet door de beugel kunnen.
Anderzijds bestaat er juist in wijken met veel problemen de behoefte aan versterking van de onderlinge contacten, omdat andere schakels naar de samenleving zijn afgebroken.
Het maximaal benutten van de mogelijkheden van de bewoners en hun omgeving is een noodzakelijke maar, zo heb ik willen betogen, geen voldoende bijdrage aan de problemen waar deze mensen voor staan.

Jan Willem Duyvendak:


Duyvendak is buitengewoon hoogleraar opbouwwerk aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Daarnaast is hij directeur van het Jonker-Verwey Instituut te Utrecht en het Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling in Utrecht.