"En ze leefden nog lang en gelukkig...."
Stedelijke vernieuwing een sprookje?
Op vrijdag 24 november organiseren Woonbond en LSA een landelijke dag over de vernieuwing van
woonwijken die nu in veel steden in volle gang is. Het gaat er op deze dag allereerst om dat de deelnemers
inzicht krijgen in het verloop van dit proces in de praktijk in de verschillende delen van het land. Wat gaat er
goed en wat slecht, wat is daar voor anderen van te leren. De invalshoek is wonen. Het tweede deel van de
dag kijken we in de toekomst, naar de resultaten van de vernieuwing en de veranderingen die zich op de
woningmarkt aan het voltrekken zijn en wat dat voor huurders kan betekenen. Het spreekt vanzelf dat op deze
dag de positie en de rol van de bewoners van wijken die aan vernieuwing toe zijn centraal staat.
Waar hebben we het over?
Stedelijke vernieuwing is een proces dat vele jaren gaat duren en waarvan de uitkomst ongewis is.
Tegenwoordig gaat het niet alleen over woningen, wegen en andere harde zaken, maar ook over het sociale
klimaat in de wijk (leefbaarheid) en de economische situatie van het gebied. Kortom de bij professionals zo
geliefde integrale aanpak.
Toch zijn voor de meeste mensen veranderingen aan de eigen woning het meest
ingrijpend.
Voor sommige mensen betekent het eindelijk de mogelijkheid om in de eigen vertrouwde wijk een aangepast
of een groter huis te huren of te kopen. Anderen kunnen hun huurwoning (met een leuke korting) kopen en
maken daar iets moois van, terwijl er ook mensen zijn die hun huis uit moeten omdat het plat gaat of die
zelfs de wijk uitmoeten omdat ze de nieuwe woning niet kunnen betalen. Vooral ouderen treft dat hard.
Vreugde en leed naast elkaar en dus ook verschillende belangen tussen bewoners.
Verschillende belangen
Iedereen heeft zo een eigen belang. Het rijk stelt geld beschikbaar aan gemeenten om ze daarmee te
stimuleren met plannen voor stedelijke vernieuwing te komen. Goed voor de stad en goed voor de economie
van het land. Gemeenten ontwikkelen een visie voor de stad en besluiten op grond daarvan bijvoorbeeld tot een
poging meer (financiële) draagkrachtigen weer aan de stad te binden. Vooral de wat zwakkere wijken zal dat
goed doen. De woningcorporaties zien nu hun kans schoon om zichzelf en hun woningbestand aan te passen
aan de eisen die de moderne woonconsument stelt. Architecten, bouwbedrijven en adviesbureaus voorzien
goede zaken voor een langere periode. Zelfs het welzijnswerk vaart er wel bij, want er is een grote vraag naar
opbouwwerkers. Winst dus voor iedereen!
Knelpunten
Toch lijkt zich niet overal een sprookje te ontvouwen en zijn er nog steeds veel vragen en knelpunten, die
meestal te maken hebben met de mensen, de bewoners van de wijk die op de schop moet.
Sociale problematiek in een wijk bijvoorbeeld; los je dat op door goedkope woningen te vervangen door
duurdere? Of voor wie zijn de plannen bedoeld; de huidige bewoners of de toekomstige woningmarkt? In
hoeverre mogen bewoners van een wijk meebeslissen over hun (woon)toekomst? Hoe hou je de wijk
leefbaar als de uitvoering 10 jaar gaat duren?
Bijna altijd komen de plannen voor de stedelijke vernieuwing op bewoners af, aangezwengeld door gemeente of
woningcorporatie. Als het goed gaat krijgen bewoners vanaf het begin de kans om mee te denken en te
beslissen en komt een positieve dynamiek op gang. Het kan ook anders, het komt nog veel voor dat de
uitgewerkte plannen worden gepresenteerd met de mededeling dat er alleen nog ruimte voor verandering is
binnen "stringente randvoorwaarden" die zijn vastgesteld in een stuurgroep van deskundigen die elders wonen.
Vaak is dat het begin van een conflict waarin bewoners taai verzet kunnen bieden. Ook als de intentie aanwezig
is bewoners als uitgangspunt te nemen is het voor veel bewonersorganisaties toch nog lastig om iedereen
daarbij te betrekken en het met elkaar eens te worden op hoofdlijnen. Genoeg beren op de weg dus voor een
heuse dierentuin.
Inhoud programma
Omdat de vernieuwing van en wijk een langdurig en vaak ook ingewikkeld proces is, en de ene wijk in een
ander stadium is dan de andere, is voor het gemak het traject dat (meestal) wordt afgelegd in drie stukken
geknipt. De drie stukken vormen de drie hoofdonderdelen van deze conferentie.
1 Planvorming
De planvorming bevat onder meer: de motivatie om een wijk ingrijpend te vernieuwen, afspraken over
besluitvorming, de keuzes en dilemma's waar bewoners voor geplaatst worden, de invloed van bewoners hoe
je het contact met je achterban goed regelt, wat is nu eigenlijk interactieve beleidsvorming en hoe zit dat
met een sociaal plan.
2 Uitvoering
Bij de uitvoering spelen weer andere thema's en zijn andere partijen betrokken. Het betreft dan zaken als
maatregelen die nodig zijn om de wijk leefbaar te houden tijdens de verbouwing, de controle op de naleving
van het sociaal plan. Wat te doen met tussentijdse veranderingen en het nakomen van afspraken, over een
lange periode.
3 Resultaten en toekomst
Omdat het nog nergens echt klaar is, kan het sprookje nog niet aan de realiteit worden getoetst. Wel zijn er
aanwijzingen. Recent onderzoek komt aan bod waarin de ervaringen van bewoners de geherhuisvest zijn in
kaart gebracht zijn. Ook proberen we samen in beeld te krijgen wat nu de positie van de huurder in de
toekomst zal zijn. Aan het woord hierover komen staatssecretaris J.Remkes, verhuurder
Jim Schuyt en de sociale wetenschapper Jan Willem Duyvendak. Hun uitspraken worden door een panel van politici en andere
deskundigen samen met de deelnemers in de zaal gewogen.
Voor wie Is deze dag?
Voor bewoners en beroepskrachten die bij stedelijke vernieuwingen betrokken zijn is dit een uitstekende
gelegenheid om eigen ervaringen te spiegelen aan die van anderen en daarmee hun kennis op dit gebied te
vergroten. Dat kan vooral in het ochtendprogramma, waarbij de deelnemers kunnen kiezen tussen
programmaonderdeel 1 of 2. Het middaggedeelte is plenair en iets meer theoretisch omdat het gaat om
visies en ontwikkelingen, maar ook dit gedeelte is zonder HBO-diploma uitstekend te volgen.
Belangstelling? Aanmelden bij de voorzitter van wijkcommissie Laares Jeanet Mourik, tel 435 56 50.